Ministerie: geen haast met E10

Volgens het ministerie van Infrastructuur en Milieu ligt de toevoeging van hernieuwbare producten aan het aanbod aan brandstoffen in Nederland ‘op schema’. De overheid is niet van plan om hieromtrent maatregelen af te kondigen.

IMG_8054

 

In het jaar 2020 moet het aandeel volgens Europese richtlijnen op 10 procent liggen. Momenteel gaat het om een aandeel van 6,5 procent. Volgens een bericht in de Volkskrant laat het ministerie de toename van het percentage over aan de markt.

Afvalresten

De overheid in België denkt daar anders over. Bij de Zuiderburen moet per 1 januari 2017 het reguliere Euro95 zijn vervangen door E10. Deze brandstof bevat 10 procent bio-ethanol. In Duitsland en Frankrijk wordt E10 al langer aangeboden. E10 is een mengsel van 90 procent fossiele brandstoffen en 10 procent bio-ethanol. Dat product wordt verkregen uit biomassa en uit biologisch afbreekbare afvalresten . Volgens de krant verwacht het ministerie dat ‘de grote maatschappijen op z’n vroegst volgend jaar werk gaan maken van E10 of een variant daarvan’.

BETA

Dat is ook de inschatting van BETA, verwoordt door bestuurslid Wim van Gorsel. Hij wijst er op dat er ook praktische redenen zijn om de markt zijn werk te laten doen. ‘Hoe langer je wacht, hoe kleiner het percentage oude auto’s dat mogelijk problemen krijgt met E10. Nederland is sinds 2009 al van nul naar 6,5 procent gegaan en heeft nog vier jaar om de 10 procent te halen. Ik verwacht zeker voor het eind volgend jaar geen grote stappen van de oliemaatschappijen’.

Tamoil speelt rond de introductie van E10 op de Nederlandse markt overigens een vooraanstaande rol. De maatschappij biedt sinds vorig jaar zomer Super E10 Plus aan. De brandstof geeft vanwege de samenstelling van het product een lagere uitstoot van schadelijke stoffen.