Wachten op oordeel rechter

We weten pas op dinsdag 3 februari of de eisers in het kort geding tegen de Staat een overbruggingsuitkering tegemoet kunnen zien. Die uitkering is nodig, aldus de eisers, om grenspomphouders in staat te stellen om met hun bedrijf de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten. Een dergelijke procedure wordt, is het plan, kort na de uitspraak in gang gezet. Zo’n juridische actie kan in de regel anderhalf jaar in beslag nemen. De situatie van de onderneming is voor een aantal grenspomphouders zo belabberd, dat het nog maar de vraag is of het station over anderhalf jaar nog bestaat.

de grens is overal...

 

De rechter hoorde eerder de eis aan van de advocaten plus het verweer van de landsadvocaat namens de Staat der Nederlanden. De zaak is zoals bekend aangespannen door een tweetal individuele pomphouders plus de Stichting Accijnsclaim Pomphouders. De eisers probeerden voor de rechter in Den Haag aan te tonen dat er een direct verband bestaat tussen de verhogingen van de accijns op brandstoffen per 1 januari 2014 en de omzetdaling die zich na die datum heeft ingezet op tal van stations in met name de grensregio’s. De landsadvocaat meent dat er van een dergelijke relatie niet bij voorbaat sprake is.

Leeuwendeel

Hij wees onder veel meer op het recht van de Staat om belastingen te heffen om aldus inkomsten te kunnen genereren. ‘Zonder af te doen aan de specifieke omstandigheden in de grensstreek, bestaat er naar het oordeel van de Staat geen grond om een compensatie te verlenen. De financiële problemen die (worden aangevoerd) kennen tal van oorzaken, die voor het leeuwendeel buiten de macht van de overheid liggen en die behoren tot het normale ondernemersrisico. Het past dan ook niet de rekening daarvan bij de Staat te leggen’.